Wat is voordeliger: een liquidatiereserve of een IPT?

Ben je ondernemer en heeft je vennootschap een mooie winst geboekt? Dan kan je daarmee een liquidatiereserve aanleggen, of deze investeren als backservice of inhaalpremie in een IPT. Wat is de voordeligste manier om als zelfstandige het geld uit je vennootschap te halen?

Winst uit je vennootschap halen, zo doe je dat voordelig
In dit artikel

    Wat is een liquidatiereserve?

    Kleine vennootschappen kunnen (een gedeelte van) hun winst na belasting gebruiken om een liquidatiereserve aan te leggen. Dit is als het ware een interne spaarpot in je vennootschap.

    Er wordt dan wel een anticipatieve heffing van 10% toegepast, maar bij de latere vereffening van de liquidatiereserve is er een lagere roerende voorheffing verschuldigd. Concreet bedraagt die roerende voorheffing 5% als er minstens 5 jaar gewacht wordt met de uitkering van de liquidatiereserve. Keer je de liquidatiereserve uit vooraleer de termijn van 5 jaar verstreken is, dan bedraagt de roerende voorheffing 17 of 20%.

    Onder bepaalde voorwaarden genieten kmo’s een lager kmo-vennootschapsbelastingtarief (20%). Dat heeft een impact op de liquidatiereserve. Het bedrag dat in aanmerking komt om een liquidatiereserve aan te leggen, komt immers overeen met de winst na betaling van de vennootschapsbelasting, gedeeld door 1,1. KMO's die minder vennootschapsbelasting betalen, hebben dus de kans om een grotere liquidatiereserve aan te leggen.

     

    Wat zegt het regeerakkoord over de liquidatiereserve?

    Volgens het regeerakkoord wordt het tarief van de roerende voorheffing verhoogd van 5% naar 6,5%, terwijl de wachttermijn wordt verlaagd van vijf naar drie jaar. Wie niet drie jaar kan wachten, betaalt 30% roerende voorheffing. De verhoging zou ingaan op 1 januari 2026 en geldt enkel voor nieuwe liquidatiereserves die vanaf die datum worden aangelegd.

     

    Hoe werkt een IPT of Individuele Pensioentoezegging?

    Een IPT of individuele pensioentoezegging is enkel voorbehouden voor zelfstandigen die met een vennootschap werken. Een belangrijk voordeel van de IPT is dat de vennootschap de premies betaalt en deze kan aftrekken als beroepskost, op voorwaarde dat er sprake is van een regelmatig loon en de 80%-regel nageleefd wordt.

    Je kan in het kader van een IPT ook een backservice storten: dat is een inhaalstorting voor nog onbenutte fiscale ruimte uit het verleden. Je kan daarbij teruggaan tot tien jaar vóór de oprichting van je vennootschap.

     

    Backservice in een IPT of een liquidatiereserve aanleggen?

    Stel nu dat je vennootschap een winst vóór belasting zou hebben van € 50.000 en je dat bedrag volledig zou storten in je IPT onder de vorm van een backservice. Ben je dan voordeliger af dan via een liquidatiereserve?

    We moeten twee aspecten onderscheiden als we op deze vraag willen antwoorden. Eerst en vooral is er de fiscale bonus die je geniet doordat de storting van de backservice integraal afgetrokken wordt van de winst. Hierdoor geniet je een belangrijk voordeel: de vennootschapsbelasting valt immers weg. Dat fiscaal voordeel heb je niet als je voor een liquidatiereserve kiest.

    Daarnaast is er de vraag of je fiscaal meer overhoudt privé via je IPT dan via een liquidatiereserve. We vergelijken hierbij de fiscale druk in de verschillende scenario’s.

     

    Backservice in een IPT

    IPT

    Brutowinst

    € 50.000

    Brutopremie IPT

    € 50.000

    resterende winst

    € 0

    vennootschapsbelasting

    € 0

    taks (4,4%)

    € 2.107

    instapkost (1%)

    € 474

    commissie (1%)

    € 469

    Nettopremie IPT

    € 46.949

    Brutokapitaal na 20 jaar aan 0% (*)

    € 46.949

    RIZIV-bijdrage (3,55%)

    € 1.667

    solidariteitsbijdrage (2%)

    € 939

    belastingen (10% indien 66 jaar bij pensionering)

    € 4.434

    gemeentebelastingen (7%)

    € 310

    Nettokapitaal

    € 39.599

      

    Fiscale druk

    -20,80%

    *  We zijn geïnteresseerd in het fiscale rendement. Daarom veronderstellen we een financieel rendement van 0%. In werkelijkheid zal het behaalde rendement hoger zijn.

    We gaan er dus in dit scenario van uit dat je de volledige brutowinst van € 50.000 in een backservice in je IPT stort. Na aftrek van taksen, kosten en commissie van de tussenpersoon, wordt er dan netto € 46.949 gestort in je IPT. Op het moment van uitkering (bij je wettelijke pensionering) zal je, zonder rekening te houden met een rendement, een nettokapitaal van € 39.599 ontvangen. Omdat we vooral focussen op het vergelijken van de fiscale gevolgen in de verschillende scenario's, hebben we in ons voorbeeld geen rendement verwerkt. Het spreekt voor zich dat het eindkapitaal een stuk hoger zal liggen wanneer het rendement wel in rekening gebracht wordt. Maar dat rendement verandert niks aan de fiscale druk: die bedraagt bij de backservice van en IPT 20,80%.

     

     

    H2: Aanleg van een liquidatiereserve

    Liquidatiereserves

    Brutowinst

    € 50.000

    vennootschapsbelasting

    € 10.000

    nettowinst

    € 40.000

    maximale bruto liquidatiereserve (= winst/1,1)

    € 36.364

    anticipatieve heffing (10%)

    € 3.636

    netto liquidatiereserve

    € 32.727

    Uitkering na 5 jaar (belast aan 5%)

    € 31.091

     

     

    Uitkering als éénmalige premie te beleggen in 4e pijler

    taks (2%)

    € 610

    instapkost (1%)

    € 302

    commissie (1%)

    € 299

    nettopremie

    € 29.881

    Uitkering na 15 jaar aan 0% (*)

    € 29.881

      

    Resterende nettowinst bestemd voor dividend

    resterende nettowinst bestemd voor dividend (€40.000 - €36.364)

    € 3.636

    roerende voorheffing (30%)

    € 1.091

    dividend

    € 2.545

     

     

    Dividend als éénmalige premie te beleggen in 4e pijler

    taks (2%)

    € 50

    instapkost (1%)

    € 25

    commissie (1%)

    € 24

    nettopremie

    € 2.446

    Uitkering na 20 jaar aan 0% (*)

    € 2.446

     

     

    Nettokapitaal

    € 32.327

      

    Fiscale druk

    -35,35%

    *  We zijn geïnteresseerd in het fiscale rendement. Daarom veronderstellen we een financieel rendement van 0%. In werkelijkheid zal het behaalde rendement hoger zijn.

    Kies je voor een liquidatiereserve, dan kan je na 5 jaar een bedrag van € 31.091 uitkeren aan jezelf. Je kan dit dan herbeleggen in een beleggingsverzekering en zo op zoek gaan naar extra rendement. Daarnaast is er een gedeelte van de nettowinst dat niet in aanmerking komt voor de aanleg van een liquidatiereserve. Dat deel kan je uitkeren als dividend en vervolgens ook als eenmalige premie herbeleggen. De fiscale druk komt op die manier uit op 35,35%.

     

    Als je de nettobedragen die uitgekeerd kunnen worden, niet herbelegt, dan bedraagt de fiscale druk 32,73%.

     

    De conclusie: begin met een backservice

    Het eindverdict luidt dat een backservice van een IPT fiscaal interessanter is dan een liquidatiereserve. Het is dus voordelig om zo'n backservice maximaal te benutten. Dit neemt natuurlijk niet weg dat je, eenmaal de mogelijkheden voor een backservice opgesoupeerd zijn, alsnog voor een liquidatiereserve kunt kiezen. Dit zal netto interessanter zijn dan een dividend, waarop je doorgaans 30% roerende voorheffing betaalt op de nettowinst, wat neerkomt op een totale fiscale druk van 44%.

     

    Ontdek hier de IPT van NN.

    Deel dit artikel